Het Linthorst-Homankanaal

aanleg kanaal

Vlak na de eerste wereldoorlog wist de landmaatschappij Drenthe de provincie ervan te overtuigen dat het voor de economische ontwikkeling van dit deel van Drenthe van groot belang was dat er een scheepvaartverbinding tussen de Beilervaart en de Hoogeveensche vaart zou komen. Het kanaal had ten doel de ontsluiting van Midden-Drenthe en het bevorderen van de ontginning van gronden. Mede dankzij de goedkope arbeid van werklozen die in het kader van de werkverschaffing voor hun uitkering moesten werken kwam tussen 1923 en 1926 het kanaal tot stand. Zo'n 500 werkloze veenarbeiders uit Emmen en omgeving groeven het kanaal vrijwel geheel "op de schop"

Het werd in 1926 voor de scheepvaart opengesteld. Met de naamgeving heeft men de familie Linthorst- Homan willen eren voor het werk dat negen leden van deze familie als bestuurder voor deze provincie hebben verricht.

Het kanaal heeft niet aan de verwachtingen voldaan, maar het heeft wel bijgedragen aan bepaalde ontwikkelingen, zoals bijv. de komst van de Vuilafvoer Maatschappij VAM naar Wijster, waarvoor een apart zijkanaal, het VAM-kanaal werd gegraven. Het Linthort Homankanaal vervult nog steeds een belangrijke functie bij de aan- en afvoer van water in droge en natte tijden, maar niet meer als vaarweg.De Vuil Afvoer Maatschappij leverde compost per schip aan heel Drenthe en de Veenkoloniƫn. Na 1960 nam het vervoer per schip af door het sterk ontwikkelde vervoer over de weg. Het drie kilometer lange kanaal is nu geheel besloten door struikgewas. Na dit zijkanaal kom ik twee dammen tegen in het Linthorst-Homankanaal. Daar tussendoor stroomt het Oude Diep. Naar het westen toe is een rokende schoorsteen van de VAM en een enorme afvalberg te zien. De aanblik van het Oude Diep is weer als vanouds, het diepje meanderd sinds de negentiger jaren weer en de vele houtwallen geven het landschap structuur.

De Kei van het Linthorst-Homankanaal ( de dikke stien)

kei linthorst homankanaal

Een deel van het Linthorst - Homankanaal moest door taai, stenenrijk keileem worden gegraven. Tot op de dag van vandaag zorgt de keileem op de kanaaldijk ervoor dat er lang na een regenbui nog plassen blijven liggen. Regenwater zakt nauwelijks door het lemige materiaal weg. En het bleef niet bij keileem en grote hoeveelheden veldkeitjes.

In 1924 stuitten de gravers ter hoogte van landgoed "de Vossenberg" op een enorme kei, eentje van hunebedgrootte. Eerst zou het gevaarte opgeblazen worden, later besloot men de kei maar uit het kanaal te trekken en langs de kanaaldijk neer te zetten. Met de grootst mogelijke moeite werd de grote steen op de kant getrokken. En het koste een paar centen. In Wijster wisten ze te vertellen dat ie per kilo net zoveel gekost had als een "zolter" (slachtvarken).

Dikke Stien

Jarenlang stond de kei op de kanaaloever en werd een populaire bestemming voor Wijsterse liefdespaartjes. De oudere wijstenaren hebben het ,ook nu nog altijd, over de "dikke Stien". In 1950 verhuisde de kei uiteindelijk naar de Torenlaan in Beilen waar deze onderdeel werd van het oorlogsmonument. Zonde toch eigenlijk dat zo'n monument en markeringspunt uit Wijster is verdwenen!

| De negen bruggen over het kanaal" |