April

Verhaal van Kees nr.49

Ontmoetingen…

Het is begin april dat ik dit opschrijf; de eerste nog wel. Vorige keer sloot ik af met de mogelijkheid dat we elkaar zouden tegen komen en wellicht een eindje samen zouden oplopen. “Zeg hoor eens. Ik heb een grote zwarte vogel gezien met een gevorkte staart. Wat denk jij dat het is? Zelf dacht ik aan een Zwarte Wouw”, zei ze. Vertelde haar over de mogelijkheid van een Zwarte- of Rode Wouw. De Rode had een te diep gevorkte staart, dus bleef het een Zwarte. Zeldzaam en in Wijster! Zelf heb ik de Zwarte Wouw al eens genoemd in onze krant. Dat was toen ik een Rode Wouw had gespot. Een Zwarte heb ik hier nog nooit waargenomen. Een andere lezer keek met zijn vrouw naar een vogel met een zwarte kop en gele borst. Wat zou dat nou zijn, vroegen zij zich af. “Gaan we vragen” zeiden ze. Ik dacht, nadat ik het verhaal had aangehoord, aan een mannetjes Keep in zomerkleed. Eenmaal het plaatje er bij gezocht klonk er de uitroep van herkenning. De wandeling werd vervolgd…

Verhaal van Kees April nr. 49

“Goeie morgen” zei hij, “hoort u dat ook?” Het was een Winterkoning in volle zang, met op de achter-grond een Boomkruiper. Even later klonken de Zanglijster, de Boomklever, de Staart- Pimpel- Kool- en Glanskopmees. Ook het Roodborstje liet zich horen. Althans, ik dacht dat hij dat bedoelde. Ik ken die beestjes namelijk aan hun zang. “De oermuziek van de wereld. Al miljoenen jaren, in een tomeloze opeenvolging van seizoenen welt die muziek elk voorjaar weer op. Het borrelt uit het leven om ons heen omhoog en brengt ons elke keer weer in verrukking.” Vervolgde hij zijn verhaal. “Als een groot muziekboek met op elke pagina dui-zend jaar van de wereld. Blader je daar in, dan besef je dat deze zelfde muziek al heel lang klinkt. Alleen op de laatste pagina dreigt het geluid wat te vervormen, soms. Een vrij nieuwe soort weeft er soms wat vreemde klanken doorheen.” Ik vroeg hem welke die nieuwe soort dan wel mocht zijn. “De mens” zei hij resoluut. “Die zou de muziek nog wel eens kunnen veranderen, de betovering verstoren misschien wel. Honderden miljoenen jaren van voorspoed op de helling?” ,vroeg hij zich af. “Zo lust ik er nog wel een paar”, wierp ik er tegenin, met beide voeten weer helemaal op aarde. Ik rea-liseerde me toen echter wel dat die aarde al zo’n 4,6 miljard jaar bestond en dat die voortkwam uit een zonnestelsel en een melkwegstelsel in een heelal van zo’n 14 miljard jaar. En dat wij daar als soort niet echt heel veel aan zouden kunnen veranderen, maar wel heel veel van konden genieten.

Verhaal van Kees April nr. 49

“Jaja, probeer maar niet te ontsnappen aan de betovering. Met je onverschillige taalgebruik. Ik zie heus wel, dat je al jaren naar die muziek luistert. Je bent al zo lang betoverd door die klanken. Nog even en je bent er in verdwenen!” Ging hij verder. “Wel ja, ook dat nog. Verdwenen? Verdwaald? De weg kwijt?” Mompelde ik. “Wellicht de weg juist wel gevonden, bedoel je zeker?” Hij keek me aan, groette en vertrok. Keek hem na, haalde m’n schouders op en liep door.

Het voorjaar; ontluikend al weer, overal om me heen. Wan-delde rustig naar huis en dacht aan het ontstaan van de aarde, de ontzagwekkende afstanden in het heelal en het hartje en de longetjes van het zingende Winterkoninkje. Ook even aan bedreigingen van dat moois. Enkele woorden uit een scheppingsverhaal van de wereld schoten me te binnen: “…en de wereld ontrolde zich voor hun ogen en zij zagen daarin een groot verdriet waaraan het zijn schoonheid ontleende”.

Nou tot ziens of horens maar weer groeten,
Kees.