Maart

Verhaal van Kees nr.48

Een wit kipje…

Zo af en toe gebeuren er van die dingen buitenom de tijd, in een andere werkelijkheid, lijkt het wel. Als of er tot in elke grasspriet zo klein, elke ster zo ver een lichte trilling te bespeuren is. Met ‘n huivering van schrik, soms ook van blijdschap of stomme verbazing neem ik daar dan kennis van. Emotie brengt het altijd……

Nooit heb ik haar direct ontmoet, gesproken of op een film gezien. Ken haar alleen uit de verhalen van haar grootouders. Die houden van haar, van dat kleinkind. Ze vertelden me hoe mooi ze was en lieten mij een foto zien. Ik zag dat ze gelijk hadden. Ze vertelden dat ze erg ziek was, en dat al jaren. Dit was op die foto niet te zien. Verhalen over haar reizen, haar wensen, haar dromen, haar vriendschappen brachten een mensenkind voor me tot leven met veel moed en vrolijkheid. Een lichtend voorbeeld. Ze ging op reis, had een hondje en schreef zo af en toe een gedicht. Toen haar opa vernam dat ze wat kippen wilde, werden er kuikens uitgebroed. Het proces met kloek en kuikens werd op de voet gevolgd. De keus werd gemaakt en er verhuisden wat jonge hennen naar het meisje. Eén, ’n witte hen, had opa eigenlijk graag zelf gehouden, juist omdat die wit was. Met het komen der jaren was het zicht dermate slecht geworden, dat de koppel alleen nog werd bespeurd van-wege de witte hen. “Dat gaf zo een witte vlek, dan wist ik ongeveer waar ze scharrelden” zei hij me. Het meisje wist dat niet, de witte hen was haar lievelingskipje en bleef dat enkele jaren. Op een geven moment schreef het meisje haar afscheid. Maakte haar kaart voor opa en oma en ging. Op de dag vol plechtigheid verwelkomde haar hondje iedere nieuwe gast en rende dan vrolijk naar de rieten korf die in de aula stond. Toen de korf eenmaal aan de aarde was toevertrouwd, rende het hondje vooruit naar die rustplaats. Een dag later werden alle dieren verzorgd en het kippenhok losgezet zodat ze konden rond-scharrelen. Het witte kipje echter kwam niet tevoorschijn. Zij had geen voer en water meer nodig. De een zal zeggen: “Ze heeft zich bij haar baasje gevoegd” een ander: “Dat moet toeval zijn……”

Jacob Maris kippetjes voeren
Jacob Maris - "Kippetjes voeren"

Mij leek het even of alle kleuren intensiever waren en alle geluiden wat verder naar de achtergrond ver-schoven. Het prachtige schilderijtje is trouwens door Jacob Maris, in 1866 geschilderd. Het hangt in Am-sterdam in het Rijksmuseum. Zoals U wellicht weet is Jacob Maris een schilder uit de Haagse School. Samen met zijn broers Willem en Matthijs het neusje van zalm van de schilderkunst in die tijd.

Vier Ransuilen werden ons door een lieve vriendin op een presenteerblaadje aangereikt. We liepen met haar mee. En uit heel veel bomen wees zij er eentje aan die het wezen moest: de slaapboom van de Ransuilen. Na enig loeren door de kijker zagen we ze zitten. Zij hadden ons allang gezien. Met hun wijze oude, wat slaperige koppen keken zij ons aan. Roerloos, dicht bij elkaar, orenpluimen recht omhoog, prachtige lichte maskers, gestreepte vlekken op de borst. We hebben haar bedankt voor dat prachtige cadeau van ontdekking. Het was al weer jaren terug dat ik ze zo mooi en uitgebreid kon bewonderen. Het was de eerste maal trouwens, dat ik ze in de Wijsterse omgeving zag. Een Ransuilenslaapboom op de Emelangen is voor mij in der tijd in nevelen gebleven. De Kerkuil, de Steen- en de Velduil had ik al wel reeds in Wijster gezien zoals u misschien nog weet. Nou tot ziens of horens maar weer en ik kijk inmiddels goed om me heen in deze wondere wereld. Misschien komen we elkaar wel ergens tegen; lopen we ‘n eindje samen op.

Groeten van uw correspondent in het veld,
Kees.