Oktober

Column van Kees

Herfstspinsels

Het najaar, en zeker met dat mooie droge weer, maakt altijd ’n tikkie melancholiek. Flarden ochtendne-vel waarin struiken, koeien en reeën langzaam drijven. De stilte; voelbaar haast. De schreeuw van een Blauwe Reiger die dat dan weer verscheurt. Een moment zelfs wordt ik van de tijd ontsponnen en gaat die zonder mij door.

Eerder stierf een vriend van mij en ’n gedachte met weemoed bevrijdt zich uit zijn duister afwachten en grijpt me zachtjes bij de keel. “Koffie!” klinkt er vanuit huis. Het vroege ontbijt staat klaar en de zon veegt zijn eerste stralen glinsterend doorheen de spinnenwebben. Vol met kleine diamantjes behangen ze alle planten.

Dat met dat onbemande vliegtuigje, waar ik het de vorige keer over heb gehad, was geen succes. Hij vloog, dat wel, maar er was geen warmtecamera bij. Het gevolg was, dat we de jonge reekalfjes, ha-zen en Wulpen niet hebben gespot. Een dag later hebben we, samen met de jachtopzichter, twee ree-kalfjes weggelegd. Tijdens het voorzichtig oppakken van het tweede kleine ding, als een kerstkindje in gras gewikkeld, begon het te gillen als een speenvarken. Of die ten doop werd gehouden. Ik zat op de trekker en keek van een afstandje toe en zag uit de dekking de moederreegeit tevoorschijn springen. Zij rende tot op ’n meter of anderhalf naar de twee “redders” toe. Aanvallen deed zij echter niet. Ze stond gespannen met de oren naar voren een ogenblik te kijken en rende weer een eindje weg. Wederom gilde de kleine en weer sprong de moeder in. De redders hadden daar geen notie van. Die waren ver-diept in hun reddingsactie.

Die dag heb ik van binnenuit gemaaid en die dag niets vermoord. De Wulpen die daar hadden gebroed waren met hun jongen reeds vertrokken en de hazen konden onder dekking van het lange gras, met de oren plat naar achteren, hun heil bij de landbuurman zoeken. Ook het hooi was overvloedig en van ex-cellente kwaliteit. Het was achtendertig graden plus, toen het hooi aan het drogen was.

Heel anders dan nu in de herfst was het zo heet dat een dag de dauw zelfs geen kans kreeg. Met zo’n acht man jong volk van hier uit de buurt hebben we het hooi, nog juist voor het hevigste onweer van de laatste jaren, droog binnen gekregen. Misschien weet U het, beste lezer, nog wel; het was de nacht dat de bliksem in een boom op de Sportweg insloeg. Tot tachtig millimeter viel er in slechts vier tot vijf uur. En de hele regenbui hebben we met zijn allen aan de grote tafel doorgebracht tot het voorbij was. Om een uur of twee s’nachts hebben we nog een laatste toost op de oogst uitgebracht en daarna de jongens en meiden uitgezwaaid. Zomeravonturen waren dat. De zomer van het feest, de optocht en de heerlijke maaltijd op de Meester Hadderstraat, de heel gezel-lige avonden van de voorbereiding en het afruimen, opbreken en de afterparty niet te vergeten. Een zomer vol zoetigheid, vriendschap en liefde.

Moet nog worden verteld dat de IJsvogel weer terug lijkt te zijn in het Linthorst Homankanaal, het wer-kelijk barstte van de Ooievaars en dat de Bonte- en Grauwe Vliegenvangers, de Zwarte- en de Gekraag-de Roodstaarten bij de vleet, zelfs en enkele Spotvogel ons dorp wisten te bevolken. De vlinders had-den het koud met z’n allen, dit jaar.

En eh.., oh ja, op de eerste kaartavond in de buurt had ik de meeste punten, maar dat ter zijde.

Groetjes van Kees.