September

Column van Kees

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kent U, beste lezer, de Wulp. Deze wat triest aandoende grote weidevogel met zijn klaaglijke roep, zijn omlaag gebogen snavel broedt met enkele paren nog in en rond ons dorp. Zij zijn uitzonderlijk trouw aan hun broedgrond en komen daar elk jaar weer terug. In de jaren dat we hier nu mogen wonen, zien we “onze” Wulpen iedere lente van hun verre reis uit Afrika terugkeren. Weer zo’n voorbode van het voorjaar. Samen met de Kievit, de Grutto, de Tureluur en de Scholekster fleurt de Wulp onze landelijk agrarische omgeving op als blijk van een levende en vitale wereld.

vogels

Ik kon mijn blijdschap uitroepen toen we ontdekten dat onze Wulp zijn nestkeus had laten vallen in het hooiland dat bij ons huis hoort. Althans we vermoeden dat hij/zij daar op eieren zit. Daarnaast zijn er ook nog vier Reegeiten, die waarschijnlijk hun kalfjes op dat stuk land en het aangrenzend struweel wegleggen en is er een paar Patrijzen waarvan we de eer hebben gastvrouw en heer te zijn. Allemaal heel geweldig en prachtig. Echt genieten. Aan de andere kant hoort het winnen van hooi ook bij ons leven op dit land. Eenmaal al heb ik een nest van de Patrijs uitgemaaid. Een bebloed hennetje en twaalf gebroken eitjes was het resultaat. Met een snik heb ik haar mee naar huis genomen en haar in haar mooie verenkleedje als een schat vastgehouden. Er zat bloed van haar aan mijn handen.

Enige jaren later, ondanks dat we wat hazen en twee reekalfjes opzij hadden gelegd, maaide ik toch noch een kalfje in de benen. In acht jaar tijd zag ik slecht één maal dat “ons” paartje Wulpen jongen had. Maar zeven maal zag ik ze bij een uitgemaaid nest. Wat altijd een feestelijke tijd was, want de hooitijd is toch een hoogtepunt voor de landman/vrouw, werd voor mij een angstige tijd met treurige momenten. Hoorde ik ook nog dat er alleen al in onze provincie naar schatting zo rond de zeshonderd kalfjes worden uitgemaaid. Wat nu??

Onze jachtopzichter, altijd meelevend en meelopend om de reeën, hazen en weidevogels zo goed mogelijk door het hooiseizoen te halen, kwam met een ontdekking. Een vondst mag je wel zeggen. Hij had een man opgeduikeld, die een onbemand luchtvaartuig met een warmtecamera aan werk kon zetten om levende dieren in het veld op te sporen en hun schuilplaats of nest te vinden. Deze drone, want zo heet dat ding, wordt dan van afstand bestuurd en op een schermpje ziet hij wie waar ligt, zit of huppelt, zodat mijn maaimachine niet van oogstapparaat in moordwerktuig verandert. We gaan kijken hoe het werkt. En als het lukt dan vind ik dat wel het wel bekende “Ei van Columbus”! U krijgt, beste lezer, zeker de resultaten van ons avontuur te lezen!

drone
Groeten uit het veld, Kees.