September 2016

Verhaal van Kees nr. 52

De Populierenpijlstaart

Wat een aanhef beste lezer, “De Populierenpijlstaart”. Als of het hier om wetenschap gaat, om kenners en weters. “Weters”, weer zo’n woord dat volgens mijn computer, want daar schrijf ik al die stukjes op, niet bestaat. Betweters wel, dat kent ie wel, mijn computer. Maar ik vind dat een onvriendelijk woord, “Betweters”. Iemand die altijd alles beter weet. Een waanwijze, of een pruttelaar; zo wordt die in het zuiden genoemd, de betweter. Een weetal, pedant, een wijsneus. U begrijpt het al: niet leuk en gezellig al helemaal niet. Maar hij schijnt al in het jaar 1600 voor te komen, zo lang al. Nou mijn woord “weter” vind ik leuker, al bestaat het dan niet: zal me worst wezen.

Populierenpijlstaart

Leuk is dat gedoe rond taal. Maar even zonder gekheid: Toen die Populierenpijlstaart bij ons achter op een schuifdeur van de stal zat, stond ik wel even met een mond vol tanden, want ik wist niet wat ik zag. Ik riep gehaast mijn liefje (die vindt die dingen ook altijd hartstikke leuk) om fototoestel en kijker, want ik dacht gelijk aan U, beste lezer, aan het stukje voor onze krant. Opgezocht aan de hand van de foto’s, en ja: een Populierenpijlstaart! Want, ik wist dat niet. Had ik nog nooit gezien. Heb er wel van genoten. Ik weet dan wel heel weinig, maar genieten doe ik wel. Van al die geheimen die nog verborgen liggen in mijn nabije omgeving. Ge-heim, omdat ik ze nog niet ken, ze nog niet weet! Haha; blijkt mijn onwetendheid, zo U wilt domheid, want wie kent er nou geen Populierenpijlstaart, “hèhè, kent niet eens een….. tjonge jonge zeg”, een onuitputtelijke bron van genoegen, van verbazing en verwondering. We hebben gekeken en nog eens gekeken. Het is een echte nachtvlinder van zo’n 10 centimeter groot. Bleef de hele dag zitten. Ik heb hem nog aangeraakt, waarop ie het rood van zijn vleugels liet zien. Dat doet ie bij dreiging. Ik stopte daar gauw mee, want ik ben niet graag “dreiging”, als U begrijpt wat ik bedoel.

Het is al weer het tweeënvijftigste stukkie, dat ik voor onze krant schrijf. Dat blijkt te worden gelezen. En het leuke is, dat een bevriend persoon, waarvan ik niet wist dat hij ook zo kon genieten van al die geheimen om ons heen, door het lezen van die stukkies, foto’s ging sturen van wat hij zoal tegenkwam. En daar beste lezer, sloeg ik stijl van achterover. Roodhalsfuut, Kroeskoppelikaan, Bruine Vuurvlinder, enz. enz. We moesten en zouden met hem mee. En ja hoor: ook voor ons een Bruine Vuurvlinder. Ik doe er een foto bij; door hem gemaakt, maar we waren er bij. Nog nooit eerder gezien!! Zo een begin-neling ben ik nou. Wat een wandeling. wat een avontuur, want we zagen en hoorden nog veel meer natuurlijk. En dat allemaal, ja echt, in de omgeving van Wijster! Een dorp als geen een, een dorp als geen ander!

Bruine Vuurvlinder

Even heel wat anders trouwens: kreeg ik wat schrijfsels onder ogen, waarin luitjes naar elkaar wijzen dat het niet goed gaat met van alles en nog wat. Dat het dan de schuld is van jeweetwelfiguren: “Stadsen die der geen ruk van begrijpen, boeren die alles naar de kloten helpen, jeugd die naar de verdommenis gaat en vroeger was alles beter!!” Haha wat een treurnis, wat een ellende! Laten we nou alleen nog naar elkaar wijzen met de bedoeling: met Jou wil ik een lekker pilsje pakken, of Jou een bos bloemen geven, of met Jou een wandeling maken en Jou beter leren kennen. Niet langer op ‘t verschil van inzicht hameren, maar vooral de overeenkomst koesteren?
Toch??

Hartelijk groet van uw correspondent uit het veld,
Kees.